Als het kon, zouden wij deze legende maar al te graag interviewen. Maar het is geen mens. Het kan ook niet praten. Het is een rots, met daarop een slingerende strook asfalt dat zich in 21 bochten wringt. 21 Bochten die ook door het peloton van de Tour de France in 2018 worden aangedaan. We hebben het natuurlijk over de iconische Alpe d’Huez.

Geschiedenis (met een Nederlands tintje)

De Alpe d’Huez wordt in de volksmond ook wel ‘de Nederlandse berg’ genoemd. En dat valt te verklaren, als we de geschiedenisboeken induiken. Tijdens de Tour de France is de Alpe d’Huez al 27 keer aangedaan. Van die 27 keren kwam er acht keer een Nederlander als eerste over de meet. In verhouding dus veel Nederlandse armen die bovenop in de lucht werden gestoken. De eerste uit de reeks was Joop Zoetemelk tijdens de Tour van 1976. De daaropvolgende overwinningen van landgenoten komen uit de benen van Hennie Kuiper, Peter Winnen, Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. Sinds ’89 wist geen Nederlander meer te winnen op deze berg. Zal 2018 “onze” volgende overwinning brengen?

Ook sloeg Lance Armstrong hier z’n slag in de Tour van 2001. Een ogenschijnlijke off day van de Amerikaan eindigde in een demarrage nadat het peloton der favorieten de eerste bochten had overleefd. Één blik naar achteren, waar z’n grote concurrent Jan Ullrich reed, bleek het startschot voor een indrukwekkende solo die tot aan de finish duurde.

Tijd om te klimmen

De berg is een beetje een “rare” in vergelijking met alle andere beklimmingen die in de omgeving liggen. Deze klim is relatief kort, waardoor het een ideale is om de benen te testen. Als redelijk getrainde fietser rijd je de ±12 kilometer binnen het uur naar boven. Omdat de klim, met een gemiddelde van 8,6%, vrij geleidelijk loopt – op een paar steilere stukken en natuurlijk vele haarspeldbochten na – is het een perfecte klim om rondom het omslagpunt omhoog te rijden. En misschien daarom ook zo populair onder de fietsers.

Kies je eigen aanvliegroute

Juist vanwege het verloop van de berg – en de vele haarspeldbochten waar je in de buitenste rand even op adem kunt komen – is het een vriendelijke berg voor iedere soort fietser. In vergelijking met andere, langere klimmen (als bijvoorbeeld de 21,4 km lange Mont Ventoux) dan. Op het eerste gedeelte na, waar de afstand tot bocht 20 (de bochten zijn aflopend genummerd, bocht 21 is onderaan) een stuk langer is dan de meeste andere stukken én het stijgingspercentage tot en met bocht 17 met 10% direct hoger ligt dan het gemiddelde.

Het kan dan ook geen kwaad om dit laatste detail, over het eerste steile gedeelte, goed in je oren te knopen zodra je de berg met de tweewieler wilt berijden. Wanneer je het profiel vooraf hebt bestudeerd, weet je dat het “slechts” een paar kilometer duurt en dat het grootste deel van de overige kilometers minder steil zijn. Jezelf op het eerste gedeelte stuk rijden is zó makkelijk, maar zó onverstandig.

Als beginneling bieden de vele bochten een plek om tot adem te komen. Én van het uitzicht te genieten, dat zeker de moeite waard is. Om vervolgens het stuk tot de volgende bocht als mini-klim te beschouwen en op eigen tempo naar de volgende toe te rijden. Voor de die hard klimmers zijn deze bochten het moment om de spanning op de benen íets te verlichten, op te schakelen en vaart te maken richting de volgende bocht.

Bocht 7

Wanneer je langzaam tegen de zwaartekracht in omhoog ploetert, passeer je bij elke bocht een bordje met een nummer van de bocht. Op deze borden worden ook de winnaars van de etappe naar de Alpe d’Huez in de Tour de France geëerd. Daarmee heeft elke bocht z’n eigen verhaal. Tenminste, voor de liefhebber. De meeste klimmers draaien hun hoofd alleen even om te checken hoeveel bochten ze nog moeten.

Bocht 7, de “Nederlandse bocht” – Foto: Cor Vos

Bijna elke bocht is omgeven door aan de ene kant rotsen, én aan de andere kant de afgrond. Maar zodra je de (stuk minder scherpe) bocht 7 instuurt en er aan je linkerhand een grasheuvel (met kerkhof) ligt, snap je waarom dit dé plek is voor een feestje. Het Nederlandse feestje, welteverstaan. Wat normaal één van de rustigste (en minder steile) plekken van de beklimming is, is tijdens de Tour dé plek als je van een feestje houdt. Tijdens de Ronde van Frankrijk is deze weg voor de renners trouwens een stuk minder breed; een haag van oranje shirts laat ongeveer een halve meter ruimte over voor de coureurs. Nederlanders vliegen hier altijd naar boven door alle support (het gejuich is oorverdovend) en duwtjes in de rug. Buitenlandse renners die niet weten wat ze te wachten staat, genieten hier overduidelijk minder van.

Kan jij ook niet wachten om deze berg te beklimmen? Check ondertussen onderstaande film om een goede indruk van de klim én omgeving te krijgen.