We zijn er gek op; bijnamen van wielrenners. Elke grote renner heeft er wel een, en vaak zijn de aanleidingen voor een bijnaam onbekend bij de gemiddelde fietsfan. Wij zijn de geschiedenis ingedoken om het ontstaan van bekende bijnamen te achterhalen.

Eeuwige Tweede

Misschien niet de beste bijnaam om mee te beginnen, aangezien deze in het verleden op meerdere personen is gebruikt. Maar in Nederland wel één van de bekendsten uit de wielergeschiedenis. Menig persoon dat íets van wielrennen weet zal bij de vraag ‘Wie wordt ook wel de “eeuwige tweede” genoemd?’ zonder twijfel de naam ‘Joop Zoetemelk’ antwoorden.

Hoewel Joop echt véél heeft gewonnen, lukte het tijdens de grootste ronde van het jaar bijna nooit om op de bovenste tree te komen. Van de veertien Tour de France-edities die Zoetemelk reed, werd hij zes keer(!) tweede. Gelukkig is het niet helemaal unfinished business: Zoetemelk won de Tour de France in 1980.

Joop Zoetemelk – Foto: Cor Vos

Bull van Beveland

Een sterk voorseizoen in z’n eerste jaar als prof deed de ploegleiding beslissen om hem mee te nemen in de Vuelta 2009. Hier reed hij, tegen ieders verwachting in, mee met de besten. Ook bergop kon hij lang in het wiel blijven. Resultaat? Twaalfde in het eindklassement. De tattoo van een stier op z’n bovenarm, welke bij opgestroopte mouwen tevoorschijn kwam, werd aangegrepen om Johnny Hoogerland ‘Bull van Beveland’ te noemen.

Johnny komt uit Beveland, een landdeel van Zeeland. Al vinden wij dat hij z’n bijnaam, naast de tattoo van een stier, meer dan verdiend heeft. Met z’n aanvallen en tempo’s in de kopgroep heeft hij menig wielerprof pijn laten lijden. En reed hij “de” etappe gewoon uit; de etappe waarin hij door een aanrijding met een auto van de Tour-organisatie in het prikkeldraad werd getorpedeerd. In het ziekenhuis zijn ‘s avonds 33 hechtingen nodig geweest om alle wonden te dichten.

Johnny Hoogerland – Foto: Cor Vos

Vlinder van Maastricht

Een bijnaam waar de drager niet heel tevreden is. Tenminste, Tom Dumoulin had toch liever een stoerdere bijnaam gehad. Maar als bijnamen eenmaal blijven hangen…

De prestaties van Dumoulin deed de (Nederlandse) pers best wel verbazen. Één van deze journalisten schreef over die tour dat Tom van een rups tot vlinder had ontpopt. In de criteria na de Tour de France werd Tom Dumoulin vervolgens aangekondigd als ‘Vlinder van Maastricht’. En sindsdien is bijnaam van de tot vlinder ontpopte Dumoulin ‘de Vlinder van Maastricht’.

Tom Dumoulin – Foto: Cor Vos

El Pistolero

‘El Pistolero’ (het pistool) is een bijnaam voor een wielrenner die razendsnel toe kon slaan met demarrages in de bergen. Vanuit het niets schoot hij weg bij alle favorieten. Tijdens alle podium-ceremonies en zeges schoot Alberto Contador dan ook met een denkbeeldig pistool de lucht in. In de laatste jaren van z’n carrière liet hij het gebaar, uit respect voor alle nabestaanden van de aanslagen in Parijs en Madrid, achterwegen.

Alberto Contador in de aanval – Foto: Cor Vos

Der Panzerwagen

Naast koffie is er ook een renner met de (bij)naam ‘Der Panzerwagen’. Of eigenlijk andersom; de koffie is naar de bijnaam van Tony Martin vernoemd. De Duitser staat bekend om z’n zware verzet waarmee hij menig tegenstander in de race tegen de klok verslint. En soms ook op de gewone fiets, in de vorm van een solo. Door het zware verzet lijkt niets deze wegpiraat tegen te houden en dendert hij door als een, juist: Panzerwagen!

Tony Martin – Foto: Cor Vos

Bling

‘Bling’ wordt vaak geassocieerd met geld en dure auto’s. Maar Michael Matthews van Team Sunweb verdiende z’n bijnaam niet daarom. Z’n opvallende, vrolijke voorkomen deed iemand hem ‘Bling’ noemen toen hij in het lokale velodrome aanwezig was. En volgens Matthews slaat de bijnaam niet zo zeer op z’n uiterlijk, maar op z’n levensinstelling en houding. Hij vindt dat de bijnaam z’n plezier in het leven samenvat.

 

Michael Matthews – Foto: Cor Vos

The Boss

‘The Boss’ slaat natuurlijk op de (voormalige) “baas” van het profpeloton. Lance Armstrong delegeerde in de ploeg, maar ook tegenstanders die hem iets flikte werden hier altijd op afgerekend. Het sterke en dominante fietsgedrag van de baas gaf hem aanzien en respect, waardoor zijn wil vaak wet was binnen het peloton. Behalve bij de grootste concurrenten natuurlijk, die er alles aan deden om Armstrong (figuurlijk) te doen wankelen.

Lance Armstrong in Parijs – Foto: Cor Vos