De Mont Ventoux is iconisch. De kale pukkel, de enige van z’n soort in de wijde omgeving, is een bron van verhalen. Verhalen over onvoorspelbare stormen, onvoorstelbare hoeveelheden lijdenswegen en natuurlijk de legendarische strijd tijdens de Tour de France. En dat trekt menig zelfrespecterende fietser om zelf te “ervaren” hoe het is om deze legende te overwinnen.

Zo heb ik zelf ooit, met een paar vrienden, ons basiskamp opgezet aan het voet van de Ventoux op doorreis van de Alpen naar de Pyreneeën. We hadden één middag in ons reisschema opgenomen om de top te bereiken. Het vertrek vanuit Bedoín ging gepaard met mooi weer, al was de top in wolken gehuld. Per kilometer daalde de temperatuur. Zeker rondom de laatste zes – kale – kilometers kwamen we tussen de wolken en kregen we te maken met een legendarische Ventoux-storm. Het zicht beperkte zich tot de 50 meter voor me, en fikse windstoten deden renners (letterlijk!) van hun fiets waaien. Opgeven was echter geen optie, want we moesten de volgende dag verder naar de Pyreneeën. Met een gevoelstemperatuur onder het vriespunt op de top, voelde je tijdens het afdalen langzaamaan meer gevoel terugkomen in verschillende ledematen.

De top van de Mont Ventoux tijdens mijn beklimming

Op zo’n moment vervloek je de berg, en moet je er niet aan denken om er ooit nog omhoog te fietsen. Maar sommigen rijden de Ventoux drie, vier of zelfs zes keer op één dag omhoog. Maak kennis met de ‘Club des Cinglés du Mont Ventoux’.

Besloten club (maar open voor nieuwe leden)

De ‘Club des Cinglés du Mont Ventoux’ is dus een besloten club. Al nemen de Fransen het niet zo nauw met hun eigen beschrijving. Iedereen kan zich namelijk de club binnen fietsen. Onder een paar voorwaarden.

  • beklimming per fiets van de Mont-Ventoux via tenminste de drie geasfalteerde hoofdwegen
  • beklimmingen op dezelfde dag (tussen 0 en 24 uur)

Natuurlijk kun je niet zomaar beweren dat je de berg via de drie verschillende wegen hebt beklommen. Wil je je bij de kleine 14.000 andere leden voegen, zul je je hiervoor eerst moeten aanmelden. Tijdens het inschrijven moet je aangeven of je voor de Cinglé (3 beklimmingen – 137km – 4400 hoogtemeters), Galérien (4 beklimmingen – 183km – 6020 hoogtemeters) of Bicinglette (6 beklimmingen – 274km – 8800 hoogtemeters) gaat.

Foto: Getty Images

Stempelen maar!

Als je de aanmelding netjes hebt afgerond, betaal je twintig euro en ontvang je een stempelkaart. Zodra je deze stempelkaart hebt, weerhoudt niets jou om te bewijzen dat je bij deze club hoort. Met de stempelkaart haal je in elke startplaats een stempel bij aangesloten restaurants of winkels. Wanneer je ‘s ochtends voor openingstijd van deze stempelposten begint, is het ook mogelijk om (met fotocontrole) achteraf een stempel te halen. De stempel op de top hoeft maar één keer gehaald te worden.

Wanneer alle stempels, met tijdstippen, op de kaart staan, is het tijd om de stempelkaart naar de organisatie terug te sturen. Deze beoordelen jouw prestatie, en zullen jou weigeren danwel goedkeuren als lid van de club. Bij goedkeuring ontvang je een genummerde medaille. Wanneer je voor vier of zes beklimmingen bent gegaan, ontvang je hiernaast ook nog een certificaat. Bovendien komt je naam eervol tussen de lijst geslaagden op de website te staan.

Heb jij de Mont Ventoux nog niet beklommen, of ben je op zoek naar meer uitdaging dan één keer op en neer? Geef je dan hier op.