Sommige noemen het een folkloristische vorm van de ‘echte’ fietswedstrijden, terwijl anderen het zien als de beste manier om ‘s winters fit te blijven en te leren hoe je je fiets het best in bedwang kunt houden. En in België is het bijna een religie. Duizenden fans komen elke zondag kijken, live en op tv, zodra het seizoen begonnen is. Maar wat is het, en hoe werkt het?

Team Sunweb’s Lucinda Brand (rechts) is een echt cyclocross-talent (Foto: Cor Vos)

De basis

Aan de basis van de offroad-wedstrijd staat een fiets die eruit ziet alsof hij voor de weg is gemaakt. De wedstrijden bestaan uit korte, uitgestippelde parcoursen die normaal tussen de 2 en 5 kilometer lang zijn. Het seizoen start eind september en duurt tot februari. Dit betekent dat cyclocross een combinatie van slecht weer, veel modder, kou, vallen, vieze fietsen, vieze kleding en hele zware wedstrijden is. Vaak zijn er op de routes obstakels aangebracht waardoor de combinatie van hardlopen, fitness en fietsskills van cruciaal belang is.

Iedereen die ooit aan cyclocrossen heeft meegedaan weet dat de start het engste én meest belangrijke onderdeel van de wedstrijd is. Iedereen start tegelijkertijd, net zoals bij motorcross en motorracen. Alle fietsers sprinten bij het startschot weg om de eerste bocht als eerste door te komen.  Tijdens dit cruciale deel van de race zijn valpartijen en scheldpartijen vaker regel dan uitzondering. Want, als je niet in de top-20 zit bij het ingaan van de eerste bocht, is de kans groot dat je dat rijtje niet meer haalt. Het geeft dus een enorme kick adrenaline en is daardoor zeker niet geschikt voor personen met zwakke zenuwen.

De eerste hoek na de start: altijd gevaarlijk (Photo: Getty Images)

High intensity

Een parcours bestaat meestal uit een kort stuk asfalt bij de start/finish, tussen de modderstroken. Waar junioren en senioren wedstrijden van 45 minuten rijden, doet de groep eliten er meestal iets langer dan een uur over. Dit staat gelijk aan een enorme fysieke activiteit in een relatief korte periode. Niet te vergelijken met bijvoorbeeld een etappe uit de Tour de France, waar renners de hele dag  door rijden. Het is snel, het is woest en het is extreem intens. Dit maakt het zwaar voor de racers en spannend voor de fans langs de zijlijn. Je moet kunnen sprinten over veel verschillende soorten ondergronden, obstakels beklimmen en technisch goed kunnen sturen. Cyclocross is een uitstekende manier om zowel je fitness als technische skills te verbeteren. Om te trainen voor cyclocross wordt veel gebruik gemaakt van intervaltrainingen met een hoge intensiteit, zoals zogenaamde Tabata-sets (20 seconde volgas, 10 seconde rustig, en dat acht keer herhalen). Intervaltrainingen met korte rustperiodes, om vervolgens door te gaan tot je over je nek gaat — oké, niet helemaal, maar het kan gebeuren).

Naast fitness moet je ook je fietsbeheersing trainen. De manier waarop je op- en afstapt kan tijd schelen of tijd kosten. En, als je heel serieus traint, kan ook een hardloopprogramma niet ontbreken.

Met je fiets op je rug door de modder rennen. Superleuk. Nee, echt, dat is het. (Foto: Getty Images)

Belgische traditie

Waar cyclocross in Nederland misschien redelijk groot is, is het in België enorm. De racers worden gezien als helden, de menigtes zijn eindeloos en de sport wordt behoorlijk serieus genomen. Hoewel de sport in Frankrijk is ontstaan, zijn veel topsporters in deze tak van sport Belgen. Na officiële internationale evenementen in 1950 werd de sport in België waanzinnig groot. Een van de grootste cyclocrossers was Erik de Vlaeminck (1945 – 2015); hij won de WK Cyclocross maar liefst zeven keer.

 

Nys (tweede van rechts) in het begin van zijn cyclocross-carrière 2001 (Photo: Getty Images)

Sven Nys

Sven Nys is een van de meest recente legendes in de wereld van cyclocross: hij won de wereldkampioenschappen twee keer, heeft zeven wereldbekers op zijn naam en heeft 140 (!) wedstrijden gewonnen. Nys, die in 2016 met pensioen ging, was de beste cyclocross racer van zijn generatie. Vooral zijn fietsbeheersing is legendarisch. In de buurt van Antwerpen is recentelijk het Sven Nys cycling center geopend. Hier kun je gratis racen op een goed verzorgde cyclocross- en mountainbike parcours. Ook is er een tentoonstelling waar je alles kunt leren over de geschiedenis van de sport.

Vandaag de dag zijn er twee mannelijke cyclocross talenten die tijdens de grote wedstrijden regelmatig tegen elkaar strijden: de Nederlander Mathieu van der Poel en de Belg Wout van Aert. Aanschouwend hoe deze twee de strijd tegen elkaar opnemen, is sport entertainment ten top. Bij de vrouwen is ‘onze’ Nederlandse fietslegende Marianne Vos een force to be reckoned with. Ook om de Belgische tweevoudig Wereldkampioen Sanne Kant, kan niemand heen.

Een Belgische cyclocross (CX) fiets van Ridley

Speciale fietsen

Hoewel de fietsen er misschien uitzien als normale wegfietsen (door het lage stuur), zijn ze eigenlijk heel anders. Het frame is wijder om makkelijker door de modder te komen. De banden hebben meer profiel en zijn breder (maar nog wel smaller dan mountainbike banden) en het frame is geometrisch ontworpen om bergafwaarts rijden iets comfortabeler te maken. Tegenwoordig beschikken de meeste cyclocross-fietsen (CX) ook over schijfremmen.

Dus, zelfs als je nog niet warm wordt van het idee om zelf als cyclocrosser aan de gang te gaan, kan het erg vermakelijk zijn om op een regenachtige zondagmiddag een wedstrijd op tv te volgen. Zoek een Belgische zender op, maak het jezelf comfortabel en geniet van uren en uren fietsen wanneer het wegseizoen al lang is afgelopen.