De Monte Zoncolan is een gevestigde en gevreesde naam onder wielrenners. De berg was tot 2003 redelijk onbekend, totdat de Giro d’Italia de beklimming in het rondeboek opnam. Hoewel de klim pas 6x in het parcours van de Grote Ronde is opgenomen, weet elke liefhebber tegenwoordig wel iets over de berg te vertellen. Én staat-ie garant voor vuurwerk bij de klassementsrenners. Zo maakte Chris Froome tijdens de Giro van dit jaar onverwachts een comeback door als eerste over de finishlijn te komen op de top van de Zoncolan. Tijdens een aflevering van THEMOVE, de podcast van Lance Armstrong, kwam ter sprake dat Froome met een binnenblad van 34 tanden rondreed, en dat z’n grootste blad achter 32 tanden groot was; een verzet dat we normaal gesproken alleen op een mountainbike zien.

Profiel

En dat is niet zonder reden: de beklimming is pittig. De weg naar de hel duurt, vanuit Ovaro, “maar” 8,1 kilometer. Maar met een hoogteverschil van 994 meter is het gemiddelde stijgingspercentage dus 12,3%. Uitschieters komen regelmatig boven de 20%. De berg is daarmee te steil voor de volgwagens; reservefietsen worden achterop de motoren mee omhoog genomen. Sommigen beweren dan ook dat het de zwaarste klim van Europa is. Het bevestigen of ontkennen van deze bewering laten we over aan de echte profs; wij hebben ‘m (helaas) nog nooit beklommen.

Geschiedenis

De berg, gelegen in het Noord-Oosten van Italië, is dus nog niet zo lang bekend onder het bredere fietspubliek. Doordat de klim relatief weinig is opgenomen in het routeboek van de Giro, is er nog weinig wielergeschiedenis op de Zoncolan geschreven. Van de keren dat klassementsrenners het gevecht met de berg aangingen, won 3x een Italiaan; 2x Simoni en één keer Basso. De overwinning van Chris Froome tijdens de afgelopen Giro d’Italia zal vele fietsfanaten echter lang bijblijven.

Benieuwd hoe het is om deze beklimming op te rijden? Check onderstaande video.