De 25 jarige Martijn Tusveld fietst sinds 2018 bij Team Sunweb, maar de twee flirtten al eerder met elkaar. In het laatste jaar van de vijf die hij bij het Rabobank Development Team reed, mocht hij bij het team van Tom Dumoulin stage lopen. Hoewel het van beide kanten klikte, was er geen ruimte voor de jonge renner uit Utrecht. Hij tekende bij Team Roompot, waar hij bewees óók bergop lang mee te kunnen. Een jaar later was de overstap naar Team Sunweb een feit, waar hij zich verder ontwikkeld tot een prima knecht voor de Grote Rondes. Tijdrijden is zijn ding, maar op het vlakke én bergop staat hij steeds langer z’n mannetje. En stiekem hoopt hij ooit voor eigen kansen te mogen rijden. Martijn Tusveld zal ons in een vaste column op The Prologue naar het moment van de val en de lange herstelperiode meenemen.

Een nerveus peloton

Het is de eerste etappe van Parijs-Nice en er staat ontzettend veel wind. Omdat iedereen weet dat het ‘n keer op de kant gaat, is het hele peloton ontzettend onrustig. Na 100 kilometer is het dan eindelijk zover; het gaat op de kant. Op dit soort momenten komt alles op kracht aan.

Martijn Tusveld

Ik voor aanvang van etappe 1 in Parijs-Nice 2019 – Foto: Cor Vos

Ik belandt in de eerste groep, terwijl we met 60 aan het uur over de weg razen. Opnieuw komt de wind schuin van voren en gaat het op de kant. Voor ik het weet lig ik op de grond. Wat er precies gebeurt weet ik niet. Normaal kan je een val redelijk opvangen met je handen, maar ik had geen idee en beland vol op m’n gezicht. Resultaat: vier breuken in m’n kaak, beide jukbeenderen gebroken, een paar tanden minder en veel wonden in m’n aangezicht. Ik voel meteen dat het niet goed zit.

Van kwaad tot erger

Van val tot het ziekenhuis duurt voor mijn gevoel eeuwen. De ambulance laat lang op zich wachten, omdat het gehele peloton uit elkaar is getrokken. Eenmaal in de ambulance voel ik de pijn in mijn kaak opkomen. Het toedienen van pijnstillers is echter niet te doen omdat mijn hele gezicht onder het bloed zit.

Eenmaal in het ziekenhuis hebben de verpleegsters veel werk aan het schoonmaken van mijn gezicht. Nog tijdens het schoonmaken komt een chirurg aan m’n bed staan, en vertelt me dat hij goed nieuws heeft: er zijn geen breuken geconstateerd. Na de opluchting besef ik me dat er nog geen scan heeft plaatsgevonden. De opmerking doet de arts op mijn armbandje kijken en beseffen dat ik Martijn Tusveld ben, in plaats van Michael Matthews (welke een kamer verder ligt).

Na de scan komt de doktor van de ploeg met het slechte nieuws. Een directe operatie en de kaak die 6 tot 8 weken moet worden gefixeerd als resultaat. Dan pas besef je hoe heftig het is. Na twee nachten in het ziekenhuis in Versailles mag ik met mijn vader mee naar huis. Hoewel ik blij ben dat ik eindelijk het ziekenhuis uit mag, kan ik nog vrijwel niks zelf. De eerste week is erg zwaar, en breng ik noodgedwongen bij mijn ouders door. Ook besef ik dat het rijden van de Giro met een team dat voor de overwinning gaat, iets waar ik al jaren van droom, te vroeg gaat komen.

Martijn Tusveld

Ook bergop kom ik steeds langer mee – Foto: Cor Vos

Na anderhalve week merk ik dat de situatie voorzichtig verbetert. Mijn gezicht herstelt enigszins, en ik voel dat er weer wat energie m’n lichaam in stroomt. Hoewel dit betekent dat ik weer voor mezelf kan zorgen, blijft het een beetje vreemd. Ik loop met een kapot en opgezwollen gezicht door de supermarkt, en door de gefixeerde kaak is praten lastig.

Een voorzichtige blik vooruit…

Bezoeken aan het ziekenhuis en de huisarts zijn niet meer op een hand te tellen. Ook gaat het verwijderen van de hechtingen lastig. Wegens zwellingen in mijn gezicht lig ik soms wel 2 uur op de behandeltafel voor het verwijderen van een paar hechtingen… Maar mede dankzij de professionele hulp bij de huisarts en het UMC komt mijn gezicht er redelijk goed vanaf. Op het moment van schrijven zijn vooral mijn lippen nog wat dik. Ook zal er de komende tijd nog veel aan mijn gebit moeten worden gedaan.

Hoewel ik nog niet fulltime op de fiets zit, ben ik wel weer veel in beweging. Ik probeer elke dag wat te doen; wandelen, een rondje op de stadsfiets, op de tacx of zelfs wat krachttraining. Eten met een gefixeerde kaak is lastig. Gelukkig begeleidt de diëtiste van de ploeg me met verschillende recepten en het toesturen van drinkvoeding. Je kan je voorstellen dat alle milkshakes bij de verschillende fastfoodketens ondertussen ook al zijn geproefd.

Langzamerhand gaat het de goede kant op. Alhoewel ik er nog niet ben, kan ik eigenlijk niet wachten om weer op de fiets te stappen!