In het Nederlandse wielrennen hebben we momenteel te maken met een gouden generatie. Op alle verschillende vlakken hebben we wielrenners die kunnen winnen. Tijdrijders, klimmers, sprinters en renners die in klassiekers goed voor de dag komen. In die laatste categorie is Niki Terpstra misschien wel de grootste naam. Het mooie aan Terpstra is dat hij in zijn carrière echt zijn eigen weg heeft gekozen. Hij heeft niet in de opleidingsploegen van de grote teams gereden, maar deed het op zijn eigen manier. En als je dan vervolgens ziet wat voor successen hij heeft behaald, wordt het eigenlijk alleen maar mooier.

Doorbraak bij Milram

Nadat hij begon bij wat kleinere ploegen als AXA en Ubbink-Syntec, kan 2007 worden gezien als het jaar waarin hij doorbrak. Toen kwam hij bij het Duitse Milram te rijden. Het was niet gelijk een succes. Terpstra was een beetje een vreemde eend in de bijt en het was niet helemaal duidelijk waarop hij kon excelleren. Hij probeerde het regelmatig via aanvallen, maar in het huidige moderne wielrennen is het nogal lastig om als een aanvaller als eerste over de streep te komen. Hij deed leuk mee, maar buiten het winnen van de bergtrui in de Ronde van Duitsland staat er in dat jaar niks op zijn palmares.

Foto: Cor Vos

In 2009 lukte het hem eindelijk om zijn aanvalsdrift om te zetten in winst. In dat jaar won hij de derde etappe in de prestigieuze Criterium du Dauphiné Libéré en mocht hij door zijn voorsprong ook gelijk de leiderstrui aantrekken. Ook liet hij zien goed voor de dag te komen in tijdritten met de winst in de proloog van de Ster Elektrotour.

Niki Terpstra

Foto: Cor Vos

2010 was het jaar waarin Terpstra zijn eerste echt grote prijs wist te winnen. Op het Nederlands kampioenschap wist hij Lars Boom en Pieter Weening achter zich te laten om zo de kampioenstrui aan te treken. Met de winst reed hij zich ook internationaal in de kijkers en verdiende hij zo een contract bij het Belgische Quick-Step.

Foto: Cor Vos

Niki Terpstra bij Quick-Step

Daar kon hij zich verder specialiseren op de dingen die hij belangrijk vond. Hij had daarbij het voordeel dat hij in een team terecht kwam met Tom Boonen, die op dat moment de grote expert was van het voorjaar. In 2012 liet Niki Terpstra zien uit welk hout hij gesneden was. Hij won de semi-klassieker Dwars door Vlaanderen en wist de top vijf te halen in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Allemaal in dienst van Boonen. Datzelfde jaar werd hij andermaal kampioen van Nederland en wist hij ook het WK ploegentijdrit met zijn team op zijn naam te schrijven.

Foto: Cor Vos

Het jaar daarop liet hij zien dat hij verder was gegroeid. Bij Parijs-Roubaix werd hij derde en haalde hij dus knap het podium. Het was echter 2014 dat we Niki Terpstra echt in de geschiedenisboeken kunnen schrijven. In Parijs-Roubaix reed hij weg uit een groepje met grote namen en kwam zo solo aan de finish. Voor het eerst sinds 2001 wist een Nederlander een monument op zijn naam schrijven en was hij daarmee de opvolger van Servais Knaven.

Foto: Cor Vos

Vanaf dat moment werd Terpstra altijd gezien als een kanshebber op de winst in de voorjaarsklassiekers en daardoor werd er eigenlijk altijd wel gereageerd als hij een demarrage wilde inzetten. Dat maakt het juist des te knapper dat hij goede uitslagen bleef rijden. In 2015 werd hij in de Ronde van Vlaanderen tweede achter sprintkanon Alexander Kristoff. Ook in Omloop het Niewsblad en Gent-Wevelgem wist hij die uitslag te rijden. In 2017 wist hij in de Ronde van Vlaanderen andermaal het podium te halen met een derde plaats. Een uitslag die hij ook wist te noteren in Parijs-Tours.

2018 is het voorlopige laatste succesvolle hoofdstuk van Terpstra. In een absoluut topjaar wist hij de Ronde van Vlaanderen te winnen en zo de opvolger te worden van Adrie van der Poel. Ook is Terpstra met die winst te vinden in een rijtje van absolute toppers die zowel de Ronde van Vlaanderen als Parijs-Roubaix wisten te winnen. Naast die winst werd hij ook nog derde in Parijs-Roubaix, tweede in Parijs-Tours en won hij nog even de E3 Harelbeke.

Foto: Cor Vos

Terpstra is inmiddels 34 jaar en is zodoende niet meer de jongste. Toch is het een vent die je voorlopig nog niet kunt afschrijven. Volgend jaar verlaat hij Quick-Step voor het Franse Direct-Energie, waarbij hij de overduidelijke kopman in de voorjaarsklassiekers gaat worden en we hopelijk andermaal van hem mogen genieten.