In het peloton rijdt momenteel een interessante mix tussen oude helden en jong bloed rond. We zien echt een duidelijke generatieswitch waarbij de helden uit het verleden niet meer sterk genoeg lijken te zijn om alles te winnen wat ze ooit wonnen, terwijl de jonkies de ene na de andere overwinning bij schrijven. Zowel op het gebied van klimmers, tijdrijders en sprinters zien we dit.

De oude klimmers

De afgelopen jaren namen we al afscheid van namen als Contador en Rodriguez en dat was even slikken. Het zijn rijders die het jarenlang opnamen tegen mannen als Alejandro Valverde, Nairo Quintana en Vincenzo Nibali. Hoewel deze laatste drie nog altijd in het peloton rondrijden en er met Valverde eigenlijk geen maat op zijn leeftijd staat, merk je wel dat zij niet meer de kracht hebben uit het verleden. Quintana heeft het afgelopen jaar duidelijk minder gepresteerd dan de jaren daarvoor. Nibali heeft wat pech gekend met de Tour de France, maar was daarvoor ook niet zo dominant als dat hij ooit was. En ondanks dat Valverde twee sterke grote ronde reed, is hij niet langer meer een zekerheidje in de belangrijke klassiekers.

Alejandro Valverde (links) en Steven Kruiswijk (Foto: Cor Vos)

De nieuwe generatie klimmers

De prijzen worden nu vooral verdeeld door de generatie die vlak achter de bovenstaande namen komen. Froome, Yates, Dumoulin, Thomas, Kruijswijk en Landa zijn de huidige grote namen. Maar achter hen staat al een compleet nieuwe generatie te popelen om het stokje over te nemen. Pierre Latour werd dit jaar de beste jongere in de Tour de France, Sam Oomen is een talent dat eigenlijk alleen maar beter wordt en wat te denken van Miguel Angel Lopez, die derde werd in de afgelopen Vuelta a Espana. En dat met zijn 24 jaar. Egan Bernal is 21 en heeft al de Tour of California gewonnen en werd tweede in de Ronde van Romandie. Wat dat betreft belooft de toekomstige strijd interessant te worden.

Egan Bernal: maar 21 jaar oud… (Foto: Cor Vos)

De oude tijdrijders

Momenteel worden de prijzen in het tijdrijden voornamelijk verdeeld door Tom Dumoulin en Rohan Dennis. Vlak daarachter zien we Victor Campenaerts ook al een paar jaar indruk maken en dat lijken de belangrijkste namen voor de aankomende jaren te gaan zijn. Daarmee nemen we langzaam maar zeker afstand van viervoudig wereldkampioen Tony Martin. Hij is nog altijd sterk, maar mist de echte power. Ook voormalig wereldkampioen Vasil Kiryjenka moet lijdzaam toezien dat hij niet meer de echte kracht heeft. Tot slot mag er langzaam maar zeker ook een kruis door Jonathan Castroviejo, die met zijn 31 jaar niet super oud is, maar niet de topvorm meer kent uit 2016.

Tony Martin: “maar” 7e op de WK tijdrijden 2018 (Foto: Cor Vos)

De nieuwe generatie tijdrijders

Achter de eerder genoemde drie gevestigde namen in het tijdrijden is een groot gat en het is eigenlijk nog te vroeg om te spreken van een nieuwe generatie. Met zijn 24 jaar en zijn twaalfde plek op het afgelopen WK zou je Stefan Kung kunnen noemen als een tijdrijder van de toekomst. Enric Mas is een naam die vooral als klassementsrijder geldt, maar in grote rondes vaak wel in de top tien van een tijdrit kan rijden. Een andere interessante naam is die van Laurens de Plus. Hier en daar heeft hij een mooie top tien uitslag gereden in een tijdrit, maar tijdens het afgelopen WK zakte hij er volledig doorheen. Wel werd hij met zijn team Quick Step wereldkampioen.

Stefan Kung (Foto: Cor Vos)

De oude sprinters

De wisseling van de wacht in het peloton is het meest duidelijk bij de sprinters. De afgelopen twee jaar zien we daar duidelijk nieuwe namen naar boven komen, terwijl de gevestigde orde steeds meer moeite heeft om de overwinning te pakken. Mark Cavendish is daar het beste voorbeeld van. De beste man wist maar liefst dertig etappes in de Tour de France te winnen en is zodoende een levende legende. Het afgelopen jaar wist hij alleen een etappe in de Dubai Tour te winnen. In de Tour kwam hij niet verder dan een achtste plek. Ook de drie jaar oudere André Greipel (36, Cavendish 33) kan het niet meer winnen in de Tour. In kleinere races pakt hij nog wel zijn overwinningen mee, zoals de Tour of Brittain en de Tour Down Under. En tot slot heb je nog Marcel Kittel, die er een zeer teleurstellend jaar op heeft zitten. Hij is echter nog dertig jaar oud en kan dus zeker de aankomende jaren het beter doen.

Roepnaam De Gorilla: André Greipel (Foto: Cor Vos)

De nieuwe generatie sprinters

Maar dan moet hij het wel opnemen tegen de nieuwe garde. Dylan Groenewegen brak vorig jaar op 24 jarige leeftijd door. In de Tour de France won hij in Parijs en sindsdien blijft hij maar winnen. De afgelopen Tour was het twee keer raak en had het meer kunnen zijn als hij niet was gevallen. De aankomende jaren zullen we hem alleen maar meer zien winnen en zal er een mooie strijd ontstaan met onder andere Gaviria en Viviani. De laatste is echter al wat ouder, maar Gaviria moet zijn beste jaren eigenlijk nog krijgen. Hij is een jaar jonger dan Groenewegen, maar won al vier keer in de Giro. En tot slot hebben we nog Fabio Jakobsen. De Nederlander rijdt bij Quick Step in de luwte van de andere grote sprinters, maar won dit jaar wel de Scheldeprijs en een etappe in de Binck Bank Tour. Met 22 jaar staat hem nog een grote toekomst te wachten.

Dylan Groenewegen wint (nog) een etappe in de Tour de France (Foto: Cor Vos)