Het is de hoogstgelegen plak asfalt in de Alpen. Het bord, dat amper leesbaar is door alle stickers die er zijn opgeplakt, is zowel vanuit Italië als Zwitserland te bereiken. En betekent dat je het einde van de lange klim hebt bereikt. Tenzij je het briljante idee hebt om de berg op één dag van twee kanten te beklimmen.

Bormio als ideale uitvalsbasis

Passo dello Stelvio ligt dus precies op de grens van Italië en Zwitserland. Bormio, de stad aan de voet van de Italiaanse uitloper, is tevens een ideale uitvalsbasis voor fietsers met klimambities. Zowel de Gavia als de Stelvio beginnen in het centrum, en andere beklimmingen als de Mortirolo en die naar Livigno liggen op fietsafstand. Als fietser kan je geluk hier dus niet op, en sta je op een gegeven moment letterlijk voor de lastige keuze of je (linksaf) de Stelvio beklimt, of (rechtsaf) de Gavia opdraait. Wij slaan vandaag linksaf en beginnen aan de 21 kilometer lange klim.

Halverwege de beklimming vanuit Bormio

Klim met meerdere gezichten

En dat is iets wat je goed in je oren moet knopen. Of op je kilometerteller in de gaten moet houden. Want met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,7% en een meest steile kilometer van 10,9% zijn er weinig (haarspeld)bochten waar je even op adem kunt komen. Wanneer je het oude centrum ontstijgt en via de rustige weg omhoog rijdt, lijkt er weinig reden om je druk te maken. Schijn bedriegt; bomen maken plaats voor rotsblokken, tunneltjes en af en toe een ruïne. De veranderende omgeving verloopt bijna parallel aan het gevoel in de benen. En wanneer je denkt dat het einde van de eerste (lange) tunnel voor verlichting zorgt, kom je bedrogen uit. Hoewel het lijkt alsof je het einde van de lange weg in de verte ziet opgaan in een serie haarspeldbochten naar de top, blijkt het niet meer dan een steil gedeelte halverwege de klim te zijn. Het einde is nog lang niet in zicht…

Afslag ‘Umbrail’

Afzien in tweevoud

Mocht je zo’n 3 kilometer onder de top nog nergens last van hebben, is de keuze om linksaf Zwitserland in te slaan eentje om over na te denken. Deze afdeling, de Umbrailpas (die je waarschijnlijk bent opgereden wanneer je vanuit het Noorden naar Bormio bent gereden) leidt je via een hoop haarspeldbochten naar de prachtige vallei waarin ook Prad am Stilfserjoch (Prato allo Stelvio) ligt. En je raad het al; vanuit dit dorp begint de tweede klim naar de top van de Stelvio. Wanneer je de oversteek naar Prato hebt overleefd, is het tijd voor de volgende 25 kilometer à 7,9%.

Het “rondje” Stelvio van twee kanten

48 bochten naar een hemels uitzicht

Houd er wel rekening mee dat het rondje zo’n 100 kilometer lang is, en je meer dan 4000 hoogtemeters overbrugt. Kortom; je verbrandt veel calorieën. Tip van de ervaringsdeskundigen: zorg dat je voldoende energie inneemt tijdens de gehele fietstocht. De eerste keer dat het mij een goed idee leek om deze ronde te rijden kwam ik mezelf tegen op de tweede klim. Een gevecht tegen het teruglopende gemiddelde maakt het niet makkelijker als je bij bocht 24 zicht op de top krijgt. Voor de snelle rekenaars; 48-24 betekent dat je nog 24 haarspeldbochten moet berijden, binnen de laatste 7 kilometer. Veel hoogtemeters dus. Voor mij genoeg redenen om bocht 22 te laten voor wat het is en (tegen de traditie in) van de fiets te stappen om even bij te tanken met een stuk taart.

Het meest-waar-voor-het-geld stuk taart doet wonderen, en voor het eerst in m’n leven ervaar ik “taartbenen” als iets positiefs. Eenmaal boven wordt je beloond door uitzicht over een stuk natuur waar je naar kunt blijven kijken. De Stelvio van twee kanten beklimmen vraagt een hoop van een mens, op zowel fysiek als mentaal vlak. Maar met genoeg drinken, energiegels, training én de juiste mentale houding (of simpelweg onwetendheid over wat je precies te wachten staat) is het behalen van de top de beste beloning die je je op dat moment kunt wensen.