Op het moment dat de Australiër Richie Porte in 2010 voor het (toenmalige) Team Saxo in Europa ging koersen, leek er een gouden toekomst voor hem weggelegd. En eerlijk is eerlijk, de 33-jarige renner heeft inmiddels heel wat mooie overwinningen achter zijn naam staan. Maar elke keer dat hij z’n hoge ambities voor een ronde uitspreekt, lijkt hij de belichaming van het woord ‘pech’ te worden.

De beginjaren

In 2010 was er nog niks te zien van pech. Hij maakte in dat jaar enorm veel indruk. Tijdens het Wereldkampioenschap tijdrijden eindigde hij net naast het podium, maar zijn vierde plaats smaakte naar meer. En in de Giro van dat jaar ging alles goed. Hij droeg een paar dagen de roze trui, wist uiteindelijk het jongerenklassement te winnen en eindigde als zevende in het algemeen klassement.

Foto: Cor Vos

Het jaar daarop reed Porte in dienst van Alberto Contador, die toen de Giro wist te winnen. Ook tijdens de Tour de France ondersteunde hij de kopman, waar Contador genoegen moest nemen met de vijfde plek. De resultaten van de Spanjaard zijn door de clenbuterol-affaire uiteindelijk geschrapt, waardoor de uitslagen die Porte daar reed in de geschiedenisboeken enigszins te verwaarlozen zijn.

In 2012 maakte hij de overstap naar Team Sky om daar in dienst van Bradley Wiggins en Chris Froome te rijden. In de Tour was hij een belangrijk onderdeel van de overwinning van Wiggins, en in de Vuelta stond hij Chris Froome lang bij. Een kans zoals hij in 2010 tijdens de Giro kreeg, zat er echter niet meer in voor Porte.

Foto: Cor Vos

De doorbraak

2013 kun je zien als het jaar waarin Porte daadwerkelijk doorbrak. Hij begon het jaar erg sterk door Parijs-Nice te winnen. In de Ronde van het Baskenland en de Dauphiné wist hij dat jaar het klassement als tweede af te sluiten. In de Tour de France moest hij echter weer voor Froome rijden. En dat deed hij voortreffelijk, want Froome wist die Tour te winnen.

Foto: Cor Vos

Het werd langzaam maar zeker tijd voor Porte om op zijn eigen benen te staan en te laten zien wat hij in de grote rondes kon doen. In 2014 ging echter alles mis dankzij ziektes. Dit was het begin van het hoofdstuk Porte als pechvogel. Het jaar daarop zagen we weer een goed voorseizoen van Porte, die andermaal Parijs-Nice wist te winnen. En in de Giro van dat jaar ging het in de eerste week erg goed. Maar in de tweede week had hij enorm veel pech. Eerst had hij een lekke band op vijf kilometer van de finish, de etappe daarop was hij betrokken bij een valpartij. Als gevolg daarvan reed hij een dramatische tijdrit en was in de etappe daarna al zijn energie op waardoor hij bijna een half uur op klassementsleider Contador verloor. Genoeg reden voor hem om de handdoek in de ring te gooien.

In de daaropvolgende Tour bleek Porte weer van onschatbare waarde als superknecht van Froome, die dankzij het knechten van Porte z’n tweede Tour de France-overwinning op z’n naam mocht schrijven.

Naar BMC

Na de jaren in dienst te hebben gereden van een kopman, besloot Porte om in 2016 voor BMC uit te komen en op die manier echt te kunnen scoren in de grote rondes. In eerlijk is eerlijk, zijn eerste Tour voor BMC was zeker niet slecht. Aan het begin had hij wel weer mechanische pech en verloor hij veel tijd, maar daarna presteerde hij erg constant. Hij finishte de Tour als vijfde, zijn beste prestatie in een grote ronde tot nu toe.

Maar tijdens de laatste twee edities van de Tour de France zagen we helaas een vertrouwd beeld. In 2017 viel hij erg hard tijdens de afdaling van de Mont du Chat en moest hij opgeven. En dit jaar was de negende etappe het eindpunt van Porte, die zijn sleutelbeen brak tijdens een val.

Foto: Cor Vos

De grote vraag is dan ook of we ooit Porte op het podium gaan zien in een grote ronde. Het talent is zeker aanwezig, maar met zijn 33 jaar begint hij langzaam maar zeker wat ouder te worden en is het maar de vraag waar zijn toekomst ligt. BMC stopt er na dit jaar mee, en zover bekend is heeft hij nog geen nieuwe werkgever gevonden.