Strava is een prachtige tool voor sporters om hun prestaties te loggen. Vooral onder wielrenners is ‘Strava’ een ingeburgerd fenomeen. Maar dat niet alleen. De tool heeft onder wielrenners voor een ware cultuurshift gezorgd. Je pikt de Strava-gebruikers er zo uit. En waarschijnlijk ben je zelf ook, al dan niet bewust, hard bezig met jouw online fietsimago. Hoeveel van deze kenmerken kan jij jezelf toewijzen?

1. Alles voor het gemiddelde

De magische grens van 30 kilometer per uur als gemiddelde snelheid voor de normale trainingen is voor velen een doel op zich. Maar met de komst van Strava heeft deze gemiddelde snelheid een compleet nieuwe betekenis gekregen. Normaal gesproken zag je deze prestaties namelijk alleen zelf. Dankzij Strava zien al jouw fietsmaten én concurrenten hoe hard (of langzaam) jij fietst. Het kan dus niet voorkomen dat het gemiddelde onder de 30 km/u uitvalt. Het liefst zelfs iets harder. Oftewel: elke belemmering is een gevaar voor het gemiddelde. Dat betekent dat zelfs de meest relaxte ritten worden omgevormd tot ware obstacle runs. Stoplichten worden overbodig en elke vorm van harde ondergrond is een potentieel fietspad.

Cyclist Strava Traffic City

Snelheid is alles – Foto: Getty Images

2. Op naar de finishlijn, en daar voorbij

Even uitpuffen na het behalen van de top van een heuvel of berg is niet voor iedereen weggelegd. Strava maakt gebruik van segmenten. Een segment is een vastgesteld deel van een route, waarover prestaties van iedereen die diezelfde route fietsen wordt vergeleken. Het vernuftige hieraan is echter dat iedereen een segment kan aanmaken. En dus weet je, als fietser, nooit waar het segment precies eindigt. Genoeg reden om nog 100 meter extra door te knallen, ondanks dat je de top al hebt bereikt. Want als je de longen uit je lijf hebt gereden, wil je zeker weten dat je niet vóór het einde van het segment gaat stilstaan.

3. Zonsondergang? Foto!

Strava is in de wielerwereld een beetje het equivalent van Twitter. Je vindt er alles over wat profs en vrienden aan training doen. Meer hoef je niet te weten, toch? Om een beetje op te vallen in een tijdlijn vol trainingskilometers kan een foto helpen. Bovendien moet iedereen zien hoeveel lol jij op de fiets hebt. Het kan dus zijn dat een wielrenner opeens vol in de remmen knijpt op die ene plek waar je de zonsondergang het beste ziet. Het liefst met de fiets goed in beeld, die uit zichzelf rechtovereind blijft staan.

Bike sunset

Herkenbaar? – Foto: Barry Kraakman

4. Extra lus

Naast gemiddelde snelheid, is afstand een belangrijke factor voor de Strava-beminnende renners. Je zult weinig activiteiten tegenkomen die tussen de 95 en 99 kilometer lang zijn. Daar maak je als Strava-gebruiker namelijk 100 kilometer van. Op de meter nauwkeurig, als het even kan. Als je een groep renners uitnodigt om een rondje te gaan fietsen, kan het dus handig zijn om hier rekening mee te houden. Gezellig nazitten gaat dus niet bij een rit van 95,4 kilometer; Strava-gebruikers zullen later aanschuiven, aangezien er nog een lus van 4,6 kilometer aan de rit wordt toegevoegd.

5. Strava King Of the “Mountain”

De snelste wielrenner op een segment is de KOM, oftewel ‘King Of the Mountain’. Een prachtig concept, dat vaak zorgt voor extra motivatie voor veel wielrenners om nét een trapje extra te doen. Alleen bij ons in de lage landen levert dat, bij gebrek aan echte heuvels of bergen, weleens lastige situaties op. Je kunt namelijk ook KOM worden van het segment tussen het winkelcentrum en het kinderdagverblijf om de hoek. Aangezien sommige Strava-gebruikers alles als een grote uitdaging zien, kan je zelfs op de drukste momenten verwachten dat een poging wordt gewaagd om de KOM te behalen. Met een ongepaste snelheid voor die plek. En waarschijnlijk zonder fietsbel. Wat niet echt ten goede komt aan ons imago.