In zowel het mountainbiken als het wielrennen is ‘tubeless’ de laatste trend. En niet voor niets; het rijden zonder binnenband heeft een aantal voordelen. Maar het gezegde ‘elk voordeel heeft z’n nadeel’ is ook hier van toepassing. Tubeless heeft namelijk één groot nadeel. Maar met de kleine tool van Racer kan je met een gerust hart een trainingsronde op tubeless banden afwerken. Zonder het gevoel te hebben dat je ieder moment naar huis moet bellen om een lift naar huis te regelen.

De trend genaamd ‘tubeless’

Elk seizoen wordt er wel iets nieuws uitgebracht wat ons fietsliefhebbers overtuigt om nóg meer prachtige spullen voor onze sport te kopen. En toegegeven, sommige van deze uitvindingen zijn daadwerkelijk revolutionair. Denk aan het aerodynamisch frame, nieuwe wielen, de schijfremmen en MIPS-helmen.

Maar als het op banden, binnenbanden én wielen aankomt is er altijd veel discussie. Het professionele peloton hoeft bijvoorbeeld nooit langs de kant van de weg te staan om een lekke band te vervangen. Ze rijden op vastgeplakte tubes, en bij een lekke band krijgen ze automatisch een nieuw wiel aangereikt. Wij “stervelingen” beleven de wielersport echter anders dan de professionals doen. Vroeg of laat staan we allemaal wel een keer langs de weg met een binnenband in de ene hand, en een CO2-pomp in de ander.

Tubes verschillen weer van tubeless, en bestaan uit een latex binnenband die vastzit aan de rubberen buitenband.

 

Weinig druk

De trend ‘tubeless’ stamt uit de wereld van mountainbiken, en met een reden. Het rijden op off-road ondergrond wordt veelal met een lagere luchtdruk in de banden gereden. Hierdoor is het rubber-oppervlakte dat in contact staat met de ondergrond groter, wat voor meer grip zorgt.

“Slangenbeten”

Zodra je, met binnenband, met deze (lage) luchtdruk over een scherpe steen of boomwortel schiet, is de kans groter op een zogenaamde “slangenbeet”. De naam slaat op het feit dat er twee gaten in de binnenband zitten; één veroorzaakt door de inslag en één door de velg.

Dat gebeurt niet met ‘tubeless’. Dit systeem bestaat enkel uit een buitenband welke aan de velg is geplakt en via een ventiel op spanning kan worden gebracht.

Vulling

De meeste tubeless banden worden vervolgens met een melk-achtige instantie gevuld. Deze loopt door de hele binnenkant van de band en dicht automatisch de kleine gaatjes. Geen zorgen meer om een doorn of klein stuk glas!

Maar alles komt tegen een prijs. Het vullen van de band met deze substantie zorgt voor extra gewicht en kan voor een afwijkende wielrotatie zorgen. Verder dan dat valt het niet op. En ondanks dat het voor wat extra gewicht zorgt, is deze hele setup lichter dan de klassieke binnen/buitenband-combinatie. Maar….

En het is een grote ‘maar’..

Wanneer je honderden kilometers van huis bent en je een groot gat in je band rijdt, dan vloeit de vloeistof alsnog uit je tubeless band. Dan sta je dus met een platte band naast de weg; een binnenband aanbrengen was op zo’n moment je enige redding.

Maar naast het vastgedraaide ventiel zit de band nog onder de melkachtige substantie. Om daar een binnenband tussen te moeten stoppen, is geen fijn vooruitzicht.

Foto: Getty Images

Auto’s en motorfietsen

Tot nu. Dynaplug is een plug-systeem voor gaten in tubeless-banden vanaf de buitenkant, en wordt al jaren voor auto- en motorbanden gebruikt. En nu hebben ze een vernuftig tooltje uitgebracht dat ideaal is voor de tubeless-rijders onder ons.

Zodra je de boosdoener van het lek hebt verwijderd, stop je de Dynaplug-naald in het gat en trek je de bovenzijde weer terug.

De plug zelf is ontworpen om in de band te blijven zitten zodra je de Dynaplug terugtrekt. De achterblijvende pluggen zijn los te verkrijgen, en zijn in twee verschillende maten te verkrijgen: “normaal” en “mega”.

Deze prachtige tool van Racer is niet supergoedkoop, maar voor €45,- krijg je een goed ontworpen en praktisch stuk techniek dat in je must-have toolkit-tasje past. En voor de mentale rust van de tubeless-rijders is het de investering meer dan waard!