De vermogensmeter. Een tool die een aantal jaar geleden z’n intreden in het profpeloton heeft gemaakt. Sommigen zweren er bij, sommigen gebruiken het alleen tijdens de training en andere ploegen passen hun volledige tactieken aan op het vermogen van elk individu. Hoewel het voor de gemiddelde toerfietser weinig toevoegt, zijn er steeds meer fanatieke amateurs en (semi-)profs die deze vorm van data vergaren. Hoewel de vermogensmeter pas sinds de laatste decennia veelvuldig wordt gebruikt, is hier een lange periode van ontwikkeling aan voorafgegaan. Waar staan we nu, en wat gaat de toekomst ons brengen? Wij duiken de (r)evolutie van de vermogensmeter in.

1986: het begin

Je zou het niet verwachten, maar het eerste prototype van de vermogensmeter stamt uit het jaar 1986. De Duitse medisch engineer Ulrich Schoberer spendeerde jaren aan het overdenken van het gemis in het wielerpeloton. Het vermogen van de renners kon destijds alleen tijdens periodieke labtesten in beeld worden gebracht. Schoberer was echter van mening dat de data over vermogen in de praktijk het meest waardevol is; op de weg én in de koers. Hij richtte in 1986 SRM (Schoberer Rad Messtechnik) op, en diende de eerste patentaanvraag in voor een vermogensmeter op de spider (het deel dat de rechtercrank met het voorblad verbindt).

De eerste versie van de SRM-vermogensmeter – Foto: SRM

1988: “training with power”

Hoewel in ’86 de eerste aanzet tot het meten van krachten werd gedaan, was het verzamelen van data nog niet mogelijk. Het duurde nog zo’n twee jaar voordat het eerste werkende ‘training system’ een feit was. Dankzij de bijbehorende ‘powercontrol’ werd het mogelijk om tijdens het fietsen input te krijgen over het vermogen dat de benen wegtrapte. Deze nieuwe methode van trainen kreeg de voor de hand liggende naam “training with power”.

In 1991 reed het Duitse nationale team tijdens een trainingskamp voor het eerst rond met het trainingsysteem van SRM.

Het Duitse nationale team op trainingskamp met de SRM-vermogensmeter – Foto: SRM

1991: Greg LeMond

Niemand minder dan Greg LeMond was één van de eersten die het trainen met een vermogensmeter oppakte. De Amerikaan en drievoudig winnaar van de Tour de France was snel overtuigd. Sterker nog, hij beweerde meer te hebben gewonnen als hij eerder met een SRM was gaan trainen.

Greg LeMond met de rode ‘powercontrol’ van SRM op z’n stuur – Foto: SRM

2004: live data op TV

SRM heeft tussen 1991 en 2004 flinke stappen gemaakt met de ontwikkeling. Zo is de ondersteuning voor verschillende groepen (de versnellingsgroep wordt door veel bedrijven in afwijkende uitvoeringen uitgebracht) uitgebreid. Het werd hierdoor makkelijker voor de meerdere teams van het profpeloton om vermogensmeters in trainingen én wedstrijd te integreren.

Hoewel langzamerhand meer professionals overstapte op het gebruik van de vermogensmeter, had dit nog weinig effect voor de fans van de grote rondes. Totdat in 2004 tijdens de Tour de France voor het eerst live in beeld werd gebracht met welke hartslag, trapfrequentie en vermogens de rijders rondreden.

Live data op TV tijdens de Tour de France van 2004 – Foto: SRM

2008: ANT+

De laatste grote stap voor zowel professionals als de gewone consument is de stap naar de draadloze vermogensmeter. Ondertussen was de foutmarge al tot onder de 2% gedaald, en ging de ingebouwde accu zo’n 1400 uur mee. Vanaf 2006 werkte het bedrijf nauw samen met Dynastream (de uitvinder van de ANT+-connectie) om het Power Protocol van ANT+ te stroomlijnen. ANT+ is een vorm van connectie, net zoals Bluetooth, waarvoor weinig stroom nodig is om tot stand te brengen. Ideaal dus voor de draadloze componenten die we tijdens onze fietstochten gebruiken.

Na een samenwerking van twee jaar tussen SRM en Dynastream lanceerde SRM de volledig draadloze vermogensmeter.

Heden en de toekomst

Sinds 2008 is er op het gebied van vermogensmeters veel gebeurd. Nauwkeurigheid is gestegen, de accuduur verlengd. Verschillende (nieuwe) bedrijven hebben zich op de markt van de zogenaamde wattagemeters gegooid. Onderlinge concurrentie zorgt ervoor dat de prijs zakt, en dat nieuwe innovaties elkaar opvolgen. Tegenwoordig zijn er zelfs Kickstarter-campagnes die nieuwe modellen aan de man brengen.

Hoewel het voor de amateur-fietser nog een gimmick is, komen eind 2018 de eerste fietsen op de markt die standaard zijn voorzien van een vermogensmeter. Het lijkt daarmee in te spelen op de steeds populairder wordende tool waarmee we meer over onze trainings- én wedstrijdprestaties te weten krijgen. Op de redactie zijn we er van overtuigd dat over een aantal jaar elke nieuwe fiets standaard met vermogensmeter wordt geleverd. De Giant Defy Pro 0 lijkt deze opkomende trend én onze aanname te bekrachtigen.