De wielersport is in de afgelopen jaren flink veranderd. Dankzij communicatiekanalen kunnen ploegleiders de tactieken tijdens een wedstrijd tot in perfectie toepassen. En met de komst van de vermogensmeter is beter dan ooit in cijfers uit te drukken wat een renner presteert. Hiermee is het namelijk mogelijk om de beoefende kracht in cijfers uit te drukken. Hoewel we deze laatste tool vooral in het professionele peloton zien (voor hoe lang nog?), heeft ook de fanatieke fietser er baat bij. En wij gaan je vertellen waarom.

Leer je lichaam kennen

Een oud gezegde luidt: “Kennis is macht.”. Dit is niet bedacht voor de vermogensmeter, maar zeker wel van toepassing. Wanneer je informatie als hartslag, cadans én vermogen kunt verzamelen, zijn je prestaties beter te verklaren. Zo is een stijging in je hartslag bij een constant vermogen een signaal van “het in het rood rijden”. Je hart moet harder werken om voldoende zuurstof het lichaam rond te krijgen. Als zowel het vermogen als je hartslag redelijk op één lijn blijven, dan kan je lichaam de prestatie goed aan.

Stijgt je hartslag na een relatief lange en stabiele output qua vermogen, dan kan dit een teken van uitdroging zijn. Door een tekort aan vocht wordt het bloed dikker en zal je hart harder moeten werken om alles rond te krijgen.

Deze kennis is interessant, maar je kan dus ook meer inzage krijgen in of je conditie erop vooruit gaat. Als dat het geval is, zal je gemiddelde hartslag bij een bepaald vermogen gedurende het seizoen zakken. Tot op zekere hoogte. Aan het eind van een intensieve periode kan het ook voorkomen dat zowel het vermogen als de hartslag daalt. Duidelijk een teken van vermoeidheid. Het is belangrijk om hier goed naar te handelen; je wilt niet overtraind raken.

De vermogensmeter geeft interessante data vrij, zoals een power curve

Gerichter trainen met de vermogensmeter

Trainen op basis van hartslagzones is redelijk indicatief. Nadelig is dat het hart meestal wat vertraging heeft in het reageren op prestaties. Het trainen op zogenaamde zones van het vermogen is daarentegen helder. Harder trappen resulteert direct in een hoger vermogen. Maar om deze zone’s te bepalen, is het van belang om je FTP (Functioneel Treshold Power) te bepalen. Deze waarde geeft het maximale vermogen aan dat je gedurende een uur zou kunnen wegtrappen. Deze waarde is te bepalen door een zogenaamde FTP-test te ondergaan. Dit kan bij bepaalde (betaalde) trainers afgenomen worden, maar wanneer je over een vermogensmeter of interactieve fietstrainer beschikt kan dit ook op de openbare weg of thuis.

Nadat de FTP is vastgesteld, zijn de verschillende krachtzones makkelijk uit te rekenen. Hier zijn verschillende berekeningen voor, maar de Coggan Method is de meest voorkomende. Als je gebruik maakt van Strava of TrainingPeaks wordt alles automatisch voor je berekend na het invullen van jouw FTP-waarde. Voila! Nu heb je jouw 7 verschillende vermogenszones.

Dankzij de verschillende zones is beter in te zien hoe effectief de trainingssessie daadwerkelijk is

Aan de hand van deze zones is het tijd om op zoek te gaan naar een passend trainingsschema. Er zijn verschillende schema’s online te vinden, zowel betaald als gratis varianten. Ook is het mogelijk om er een coach bij te halen. Deze kunnen, naast het schrijven van gestructureerde en gepersonaliseerde schema’s, ook beter coachen wanneer je een vermogensmeter gebruikt.

Waarom zou je?

Ja, het fietsen met een vermogensmeter geeft je een hoop extra data. Data waar je waarschijnlijk niet veel wijzer van wordt, tenzij je energie steekt in het ontcijferen van de trends en cijfers. Maar zodra je deze data weet te ontcijferen, heb je goud in handen. Tenminste, ten aanzien van je eigen prestaties. Door gereden prestaties te analyseren, valt te achterhalen waar je sterke en zwakkere punten liggen. Op basis van deze gegevens kan je vervolgens specifieker trainen, om zo goed voorbereid aan de volgende uitdaging te beginnen. Klaar om te investeren in je fietsprestaties?