Zodra je op een racefiets zit, wordt je onder ‘de wielrenners’ geschaald. En dat imago is weleens beter geweest. Of je hier nou zelf aan bijdraagt, of niet. Maar niet alleen óp de fiets staat alles in het teken van fietsen. Ook naast de fiets wordt de omgeving vaak geconfronteerd met een paar eigenschappen van de wielrenner, die niet héél flatterend zijn. Herkenbaar?

1. Lui

Hard fietsen kost veel energie. Waar weekenden prachtige gelegenheden zijn voor lange ritten, zijn we de rest van (vrije) dag niet veel soeps meer. Want, als er tijd is moet je goed trainen. Elke kilometer is er één. Het huis is dan vooral de plek om goed te herstellen. Oftewel: de bank is bezet. Kan iemand nog wat eten aangeven?

2. Kwark

Eiwitten zijn belangrijk voor het herstelproces van onze spieren. In kwark zitten veel eiwitten. De hele koelkast staat er dus vol mee. Al is het maar voor een week, want na elke training gaat er een complete bak kwark (±500 gram) naar binnen. Of er even nieuwe kwark gehaald kan worden.

kwarktaart

De creatieve wielrenner die tijd over heeft, wil zich ook nog wel wagen aan het maken van een kwarktaart. Eiwitten!

3. Trek? Honger!

Maar deze bak kwark is puur functioneel. En compenseert bij lange na niet de hoeveelheid calorieën die we tijdens een rit hebben verbrand. Dus alles wat los en vast zit, het liefst zoet, gaat er na zo’n lange rit in het koude voorjaar wel in. Zeg maar ‘dag’ tegen die chocoladereep. En roze koeken.

4. Stadsfiets

Wielrenners fietsen graag hard. Maar door alle kilometers op de racefiets, lijkt het bijna alsof we niet anders gewend zijn dan door te trappen. Óók op de stadsfiets. Even schakelen dus, als je samen met iemand ergens heenfietst. Al kan diegene ook gewoon even in het wiel gaan zitten…

5. Pain cave

Tegenwoordig is er geen excuus meer om niet te trainen. Waar we vroegen nog weleens afdropen bij een harde plensbui, zijn er tegenwoordig genoeg alternatieven op het buitenfietsen. Op de home trainer, bijvoorbeeld. En omdat er in de Lage Landen met enige regelmaat nattigheid uit de lucht valt, kan je maar beter goed voorbereid zijn. Één kamer van het huis wordt dus omgebouwd tot de ‘pain cave‘. Handig om te weten als je op zoek bent naar een nieuw koophuis.

6. Selectief schoon

Één ding is bij de fanatieke fietser altijd beeldschoon: de racefiets. Maar dat staat niet garant voor een spic en span huis. Het potje “schoonmaakenergie” lijkt dan ook nét voldoende te zijn voor de fiets. Of twee. Zodra je de slaapkamer binnenloopt, liggen de fietskleren overal. En op het aanrecht ligt nog een energiereep.

bike cleaning

Regel 1: de fiets moet er altijd showroom-klaar uitzien!

7. Scheermesje

Het gevecht om de scheermesjes. Wielrenners rijden graag gesoigneerd (lees: met geschoren benen) rond. Het ziet er, op de fiets, gewoon net even beter uit. Maar zelf een scheermesje kopen? Ho maar. Gelukkig ligt er in de douche altijd wel een scheermesje die te gebruiken is. En niemand die het merkt, toch?

Herken jij jezelf of je wederhelft in dit stuk? Zie ook: Vijf irritante type wielrenners die je tijdens een toertocht tegenkomt